
Afgelopen vrijdag opende in Utrecht een tentoonstelling over de betekenis en de rol van vrouwen in het Christendom door de eeuwen heen. De tentoonstelling kreeg de toepasselijke titel ‘’Vrouwen voor het voetlicht’’. En een nog toepasselijker ondertitel ‘’Zusters, martelaressen, poetsengelen en dominees’’. En die ondertitel illustreert prachtig de veelzijdigheid in rollen die vrouwen hebben (gehad) in de uitoefening van het Christelijk geloof.
De wangen van Zuster Cecilia
Het programma van de opening in de bomvolle Sint-Catharinakathedraal in Utrecht was veelzijdig. Inhoudelijk directeur Ruud Priem vertelde met warmte over de vrouwen in zijn leven en hun rol in de katholieke kerk in het zuiden van het land waar hij opgroeide. Zijn moeder die de slechtziende pater uitnodigde voor het eten en en passant zijn knopen aan naaide. En over zijn twee tantes die in kloosterordes intraden waarvan er eentje overigens heel rap weer uittrad. Liefdevol memoreerde hij dat het voor hem als kleine jongen geen straf was de zachte wangen van zijn tante Jo oftewel Zuster Cecilia, te moeten kussen. Hij beëindigde zijn welkomstwoord met een welgemeend ‘het is tijd dat al deze vrouwen voor het voetlicht kwamen.’
Voetlicht
In het verleden waren de vrouwen in het christendom naamloos, ze waren moeder of vrouw van. Terwijl hun mannen wel met naam en toenaam bekend waren. Maar zij deden er wel toe. Wanneer vrouwen wel een naam hadden, waren ze of heilig (denk aan Heilige Catharina in wier kerk wij zaten) of zorgden voor problemen in de ogen van de mannelijke machthebbers zoals Anna Maria Schuurman. Professor Angela Berlis uit Bern ging nader in op de titel van de tentoonstelling. Zij maakte fijntjes het onderscheid tussen voor het voetlicht staan en op een voetstuk zetten. Want wanneer je iemand voor het voetlicht zet, komt zij in het licht te staan. Dan worden haar verdiensten en activiteiten zichtbaar. Dat is zoals het hoort te zijn wanneer iemand iets verricht dat de moeite waard is.
Rolmodellen
De tweede spreekster was Wies Stael-Merkx, een van de voorvrouwen van de 8 mei beweging in de katholieke kerk. Zij vertelde een persoonlijk verhaal met ruime aandacht voor haar rolmodellen. Zoals daar was haar vader, van wie ze haar kritische en soms opstandige karakter had geërfd. Die haar ook vertelde dat als mensen ongelukkig werden van regels, die regels niet deugden. Iets waar ze veel in haar latere leven aan had gehad. Maar ook haar scheikundelerares, Marga Klompé geheten, die haar leerde dat dienstbaarheid en bescheidenheid weliswaar mooie deugden waren voor meisjes en vrouwen. Maar dat die niet verward moesten worden met onderdanigheid en niet voor je mening uitkomen. En tot slot waren er de dagboeken van Etty Hillesum waaruit ze leerde dat God ons niet kan helpen maar dat wij mensen God moeten helpen het geloof op te graven in de harten van mensen. Mooie en wijze woorden van deze grote vrouw uit de recente katholieke geschiedenis in Nederland.
Recht doen
Tentoonstellingsconservator Tanja Kootte sloot de rij af. Zij refereerde aan de recent overleden historicus Van Deursen die ooit zei: ‘’Het is de taak van de geschiedschrijver om de gestorvenen recht te doen.’’ Dat is precies wat zij wilde bereiken met deze tentoonstelling. Recht doen aan al die naamloze vrouwen die voor ons hedendaagse beschouwers een bijna onzichtbare rol hebben gespeeld in de geschiedenis. Deze naamloze vrouwen niet alleen hun naam teruggeven maar ook een stem geven door hun vaak interessante verhaal te vertellen. Dat is wat zij beoogde met de tentoonstelling ‘’Vrouwen voor het voetlicht’’ en dat is wat wonderwel gelukt is.
Antia Wiersma is hoofd Projecten, Marketing & Acquisitie bij Aletta






