
Wie kijkt naar de positie die beide landen innemen in de Gender Gap Index zou opvallender verschillen verwachten. Nederland staat op de 15e plaats, terwijl Turkije onderaan de lijst van 135 landen bungelt, op nummer 122. Maar de situatie van de Nederlandse onderneemster en die van haar Turkse ‘zusters’ verschillen niet zo heel veel. Het aandeel vrouwelijke ondernemers blijft sterk achter bij het percentage werkende vrouwen in beide landen.
Daarom stimuleert zowel de Turkse als de Nederlandse regering vrouwen die zich als onderneemster op de markt begeven. Cursussen en sites waar vrouwelijke ondernemers ervaringen kunnen uitwisselen, ministers die hun zorg uitspreken over glazen plafonds, mentorprojecten: in beide landen is er volop bewustzijn dat men achterloopt ten opzichte van bijvoorbeeld Azië. De Turkse minister van Familiezaken en Sociale Zaken, Fatma Şahin, zei het onlangs nog op een conferentie voor vrouwelijke ondernemers op de Balkan: waar in China 20% van alle ondernemers vrouw is, haalt Turkije ondanks allerlei stimuleringsmaatregelen met moeite 14%. Het is een punt van zorg: zowel voor China als Turkije geldt dat ze als opkomende economieën een beroep moeten kunnen doen op het hele potentieel aan arbeidskrachten. Aan rolmodellen in Turkije nota bene geen gebrek: de boegbeelden van een aantal grote familieondernemingen is vrouw (Güler Sabancı, de Doğan zussen, Ümit Boyner, de voorzitster van het Turkse ‘VNO’).
Cijfers
Dat is misschien ook wel het grootste verschil tussen Nederland en Turkije. Hoewel in ons land het aantal vrouwen dat een beursgenoteerde onderneming leidt nagenoeg nul is en dan ook nog vrijwel altijd een niet-Nederlandse achtergrond heeft (weinig boegbeeld dus!), is de arbeidsparticipatie van vrouwen sinds de jaren 80 sensationeel toegenomen. In Nederland werkt het merendeel van de vrouwen (zij het ook merendeels parttime) en is inmiddels 31% van de ondernemers vrouw (KvK, 30-3-2011), terwijl in Turkije het aantal werkende vrouwen gestaag afneemt en inmiddels lager is dan 22%.
Dat heeft te maken met allerlei sociologische en culturele factoren en het ziet er niet naar uit dat hier heel snel verandering in komt. Ondanks de onmiskenbare modernisering van Turkije, lijkt het conservatisme op de terugtocht. En ja, het klopt dat de heersende AK-partij (derde termijn, 52% van de stemmen) prat gaat op haar economische liberale ideeën, maar die strekken zich slechts in beperkte mate uit tot het vrouwelijk deel van de Republiek. Dat betekent niet dat er onder de vrouwelijke aanhang van de AK-partij geen onderneemsters zijn. Integendeel die zijn er wel degelijk!*
Betaalde baan voor vrouwen
Maar zoals in Nederland vrouwen in de jaren 80 met argwaan werden bezien op de arbeidsmarkt, zo is het ook voor vrouwen in Turkije niet vanzelfsprekend om een betaalde baan buiten familieverband te hebben. Let maar eens op: zelfs in Istanbul, toch een van de meest bruisende metropolen ter wereld, treft je zelden vrouwelijke serveersters aan. Wel vrouwen met een kantoorbaan, maar in functies in de openbare ruimte zie je ze nog maar heel weinig. Krachten om dat te veranderen zijn er genoeg. Vitale ondernemersorganisaties van vrouwen proberen het belang van vrouwelijk ondernemerschap op de politieke agenda te krijgen, want zonder backing vanuit de politiek lukt het niet, zoals wij hier ook weten! Er valt nog veel van elkaar te leren.
Lily Sprangers (1956) is directeur van het Turkije Instituut te Den Haag. Op 15 mei organiseert het instituut i.s.m. Women Inc. en de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Sociale Zaken en Werkgelegenheid, een bijeenkomst waarbij Nederlandse en Turkse vrouwen hun ervaringen kunnen uitwisselen. Aan het programma wordt nog gewerkt, aanmelden voor deze bijeenkomst kan al wel via het Turkije Instituut.






