
Het is weer zover. Twee jaar na de dramatische nederlaag in de finale van het wereldkampioenschap voetbal strijden ‘onze’ jongens om de titel Europees Kampioen. Vier weken lang houdt het spelletje menigeen aan zijn televisie, computer, smartphone of radio gekluisterd. Vele artikelen en uitzendingen zullen er aan worden gewijd en de deskundigen zullen hun oordeel vellen over van alles en nog wat. Ongetwijfeld zal ook het fenomeen voetbalvrouw veel aandacht krijgen.
Glorietijd
Bram de Graaf heeft een aantal jaar geleden een leuk boek geschreven over de vrouwen van de voetballers uit de glorietijd van het Nederlands voetbal, de jaren 1970 tot en met 1978. Eind jaren zestig gingen de grote clubs over op het systeem van semi- of full- profs. De salarissen namen toe evenals de eisen die aan de spelers gesteld werden maar ook de eisen die spelers konden stellen. Er kwam een nieuwe jonge en talentvolle spelers bovendrijven en de aandacht van het publiek groeide. Als klap op de vuurpijl bereikte Nederland in 1974 voor het eerst de finale van een Europees kampioenschap.
Voetbalvrouwen van toen
In zijn boek laat De Graaf de vrouwen van de spelers van toen aan het woord. Zij blikken terug en vertellen hun verhaal. Opvallend is dat het enerzijds zeer zelfstandige vrouwen waren. Hun mannen waren immers weinig thuis en zij hielden de eigen (sigaren- of sport)zaak, het huishouden en het gezin draaiende. Maar aan de andere kant was hun leven ook zeer ondergeschikt aan dat van hun mannen. Alles draaide immers om hem en zijn voetbalcarrière. Het sociale leven week ervoor, het gezinsleven ook en bij de jongere generatie vrouwen zelfs hun eventuele carrière. De mannen verdienden immers genoeg en wilden niet dat hun vrouwen werkten, dat was statusverlagend, voor hen als mannen dan!
Generatiekloof
Ander interessant element in het boek is de kloof tussen de vrouwen van de gevestigde en dus oudere spelers rond 1970 en de jongere vrouwen van de talentvolle sterspelers. De eerste groep vrouwen moest hard werken, een voetballeven was voor hen geen vetpot. Ze stonden ‘achter hun man’ en waren geen luxe poppetjes. Een groot aantal had verstand van het spel en besprak met hun mannen de wedstrijden. De vrouwen van de jongere generaties hoefden en mochten vaak ook niet werken. Ze leefden in de ogen van de oudere generatie een luxe leven met veel winkelen, uitgaan en kappersbezoekjes. Hun doel was om er iedere wedstrijd maar zo goed mogelijk uit te zien. Niets meer en niets minder. Overigens was onder hen ook een groot aantal fanatieke supporters met verstand van zaken. Dat werd, opvallend genoeg ook niet gewaardeerd.
De tol van de roem
Dat een dergelijk leven zijn tol eist maakt De Graaf duidelijk in een van de laatste hoofdstukken. Een handjevol echtparen van destijds is nog bij elkaar. De rest is gescheiden. De druk van de roem was veel mannen te groot. Ze waren populair en overal waar ze kwamen boden vrouwen zich aan. Menigeen bezweek. De druk van het zwarte gat na de actieve carriére ook. Vooral de jongere generatie spelers, de sterspelers van het EK en WK ging zich gedragen als vedette, of zoals een van de vrouwen in het boek zegt als ´meneertjes´. Veel huwelijken overleefden dit niet.
Voetbalvrouwen van nu
Hoewel de vrouwen in het boek het verhaal vertellen, draait het hele boek om de mannen. En passant wordt de geschiedenis van clubs als Ajax en Feijenoord verteld. En natuurlijk spelen de verloren EK van 1974 en WK van 1978 met de daarbij behorende emoties een grote rol in het boek. Desondanks is het een mooi boek om te lezen. Ik hoop dat er over een jaar of twintig een dergelijk boek verschijnt over de voetbalvrouwen van deze periode. Het levert vast een mooi verhaal op.
Antia Wiersma is clustermanager Publieksdiensten bij Aletta E-Quality en voetbalfan





