
Terwijl de regering kort op de kinderopvang, worden vrouwen steeds meer gestimuleerd om te gaan werken. Deze paradoxale spanning zorgt voor een situatie waarin de huishoudelijke hulp een steeds prominentere positie gaat spelen. Daarentegen weet het gezin vaak niet heel veel meer van hun ‘domestic worker’ behalve een naam en het land van herkomst. Met de toenemende restricties op migratie en daarmee ook op de rechtspositie van migranten arbeiders, wordt de toegang tot sociale voorzieningen en de arbeidsmarkt steeds verder vernauwd. Rebeca Pabon, FNV-vakbondsorganizer, strijdt samen met de huishoudelijk werkers voor gelijke rechten. Ze komt oorspronkelijk uit Puerto Rico en werkt sinds drie jaar in Nederland waar ze zich heel erg geaccepteerd voelt. Ze kwam met het doel om een bijdrage te leveren aan de beweging van migranten werkers en de FNV-Vakbond biedt voor haar de kans om de stemmen van deze werkers te laten horen.
Vrouwen, maar ook steeds meer mannen
De sector van domestic workers, oftewel huishoudelijk werkers, werd aanvankelijk gedomineerd door migranten vrouwen, maar er zijn ook steeds meer migranten mannen die hierbinnen werkzaam zijn. Zo zijn er bijvoorbeeld ook echtparen die samen hun huishoudelijke diensten aanbieden. Er zijn genoeg inspirerende voorbeelden te noemen die enorm hard werken om een betere omgeving voor zichzelf en anderen te creëren. Veel van deze ‘leiders’ zijn vrouwen met de capaciteiten om mensen achter zich te scharen en bij elkaar te brengen. De belangrijkste boodschap die ze willen uitdragen is dat ze een arbeider zijn en geen crimineel. Het zijn mensen die lid zijn van de vakbond om rechten te verwerven voor zichzelf en andere arbeiders. Dit is een proces dat begint aan de keukentafel waar de problemen worden vastgesteld om daarna een plan van aanpak te maken. Vervolgens wordt de ladder beklommen van NGO’s, naar vakbond en uiteindelijk de regering.
De onmisbaarheid van de huishoudelijk werker
Rebeca zegt dat het problematisch is dat er niet verder wordt gekeken dan de migratie status van een persoon. Wanneer je ook de economische bijdrage van huishoudelijk werkers gaat benadrukken, wordt er meer ruchtbaarheid gegeven aan de noodzaak van deze bijdrage aan de samenleving. Zonder de huishoudelijk werkers zou het Nederlandse huishouden niet functioneren op de manier waarop het nu doet. Nederlandse vrouwen worden door de overheid enorm gestimuleerd om te gaan werken, maar tegelijkertijd worden faciliteiten zoals kinderopvang steeds duurder en minder toegankelijk. De Nederlandse vrouw heeft hierdoor een goedkope hulp in de huishouding nodig. Oftewel, de huishoudelijk werker is onmisbaar. In feite wordt de Nederlandse vrouw, en natuurlijk ook de Nederlandse man, als het ware bevrijd van alle taken in het huishouden door de huishoudelijk werker. Dit is natuurlijk tegelijkertijd obsceen wanneer je bedenkt dat de Nederlandse vrouw in principe dus profiteert van het feit dat de huishoudelijk werker geen contract, geen rechten en geen sociale voorzieningen heeft en daardoor goedkope arbeid levert.
Een collectief probleem
De verantwoordelijkheid om deze huishoudelijk werkers te voorzien van rechten, vergunningen en sociale voorzieningen ligt niet in de handen van het individu, maar van het collectief volgens Rebeca. De huishoudelijk werkers zijn de individuele oplossing voor het Nederlandse gezin, maar ook voor een collectief probleem van de samenleving. Veel huishoudens profiteren van de goedkope arbeid van huishoudelijk werkers en het ontbreekt simpelweg aan het juiste systeem om dit anders in te richten. Het is een lastig conflict, want kan je het Nederlandse gezin het kwalijk nemen dat ze een huishoudelijk werker aannemen wanneer ze meer dan negen maanden moeten wachten op kinderopvang?
Het gaat dus niet om de zielige migrant die naar Nederlands is gekomen en simpelweg om alles vraagt. Het zijn hardwerkende mensen die zoeken naar oplossingen om op een goede manier bij te dragen aan de samenleving. Rebeca heeft altijd het Nederlandse pragmatisme gewaardeerd waarin actief naar oplossingen wordt gezocht. Nederland kan daarentegen nog wel veel leren van andere Europese landen waar al veel meer geregeld is op juridisch gebied van huishoudelijk werkers.
Maartje Smits is stagiaire PR & Communicatie en studeert Algemene Cultuurwetenschappen aan de Raboud Universiteit in Nijmegen






