.

Proloog: Traject door Nederland

30/06/2012 - 14:08

Aletta Jacobs en Carel Gerritsen zijn vanuit Amsterdam met de fiets vertrokken naar Vlissingen. Hier vertrekt het schip de SS Wilhemina van de Maatschappij Zeeland naar Engeland. De koffers hadden ze alvast naar Vlissingen laten sturen, zodat ze slechts wat kleine bagage meenamen voor onderweg. Een tent, wat schone kleren en proviand voor onderweg is meer dan voldoende. Ze zijn de eerste dag niet verder gekomen dan Scheveningen waar de Tentoonstelling van Vrouwenarbeid te zien was. Gerritsen wil geen kritiek leveren op de tentoonstelling, maar geeft ook aan niet mee te willen doen aan het verheerlijken ervan. Dit komt omdat het niet helemaal goed is verlopen tussen Aletta Jacobs en de organisatie. Toch heeft hij nog een goed woordje over.

“Wij hopen dat deze tentoonstelling met haar talrijke congressen moge uitgaan de stoot ter verkrijging van het eerst noodige voor allen vrouwenarbeid, t.w. het recht van de gehuwde vrouw om over de opbrengst van haar arbeid te mogen beschikken.”

Vanuit Scheveningen zijn ze richting Willemsstad gefietst. Vanwege de flinke wind in de rug waaiden ze in een mum van tijd voorbij Delf en Rotterdam. Onderweg lijkt nog niet iedereen gewend te zijn aan hun verschijning.

“Hier moesten wij ervaren dat de houding van het Zondagspubliek tegenover fietsrijders in onhebbelijkheid niet behoeft onder te doen voor onze stadgenooten. Meer nog dan in Amsterdam, laat het publiek daar de geheele breedte van den rijweg zonder notitie te nemen van de waarschuwende bel of het vriendelijke verzoek van den fietsrijder, om hem te laten passeeren [..] Zelfbehoud is daarbij uitsluitend de drijfveer.”

Ook wanneer ze de Maas zijn overgestoken, wordt het er niet veel beter op.

“Maar ook aan de overzijde van de Maas, van Charlois tot Numansdorp, waar de boerenbevolking door het mooie Zondagsweer uitgelokt op de wegen slenterde, was de stemming tegenover fietsers zoo onvriendelijk, als wij nergens, ook niet in ons eigen land, hebben aangetroffen.”

Het is blijkbaar ook niet verstandig om iemand om de weg te vragen, want volgens Gerritsen is “de eenige deugd die wij al fietsend konden constateeren, was dat zij den vetten kleigrond tot weelderige korenvelden konden bewerken.” Het is wel duidelijk dat Jacobs en Gerritsen zich als stadsmensen niet helemaal thuis voelen op het Brabantse platteland.

“Wat ons echter in hooge mate opviel van de bevolking in deze plattelandsgemeenten was de ruwe toon en onhebbelijke taal van jonge mannen en vrouwen, en de afwezigheid van volksspelen, muziekgezelschappen en dergelijke, om zich te kunnen bezighouden.”

In Numansdorp gaat er een veerboot naar Willemsstad en de halve bevolking is uitgelopen om hen te zien afvaren. Door acht man werden zij naar de overkant geroeid en tegen het begin van de avond hebben Jacobs en Gerritsen eindelijk hun tenten op kunnen zetten. Erg veel tijd om gezellig te kamperen is er niet. De tocht moet eigenlijk nog beginnen, dus zijn ze op tijd gaan slapen. ’s Ochtends vroeg gaat de wekker om door te reizen naar Vlissingen. Bij Bergen op Zoom hebben Jacobs en Gerritsen een beetje gesmokkeld door de trein te nemen naar Goes. Van daaruit zijn ze uiteraard weer gaan fietsen en ze zijn aangekomen in Vlissingen. De prachtige boot van de Maatschappij Zeeland wacht op ze om de overtocht over het Kanaal te maken. Dan kan de reis eindelijk beginnen.

Dit is het eerste deel in de serie Tour d'Aletta