
Drie kroonprinsen en een vrouw. Zo vatte het avondnieuws onlangs de tussenstand samen van de kandidatenlijst voor een nieuwe PvdA-partijleider. Verschil moet er wezen. In de dagen erna waren zowel de kroonprinsen als de vrouw in de media. Vooral over het ‘interview’ met Nebahat Albayrak bij Pauw&Witteman is veel gezegd. Voor wie het heeft gemist: u heeft niet veel gemist. Albayrak mocht vrijwel alleen praten over twee handicaps: haar vrouwzijn, haar Turkse afkomst en daarna weer over haar vrouwzijn. Een divertissementje over meer inhoudelijke zaken (‘Ik neem aan dat u plannen hebt…’), werd snel afgebroken om het weer over haar beperkingen te hebben.
Femke Halsema, slechts bedeeld met één van bovenstaande belemmeringen voor een volwaardig bestaan, zat er ook en zag het geheel wat verbaasd aan. Ja, vrouwelijk leiderschap in de Nederlandse politiek is nog steeds uitzonderlijk, zei ze. Helaas. Maar, vond zij, laten we benadrukken dat Albayrak mét haar achtergrond zo ver gekomen is.
‘Met’? Voor Pauw&Witteman bleef het (hoogstens) ‘ondanks’ die achtergrond. Hoe vaker Albayrak zei dat het onderscheid voor haar van geen belang was, hoe minder de presentatoren ervan geloofden. Hoe minder zij ervan geloofden, hoe minder dat haar leek te boeien. Daarom kregen niet alleen de interviewers maar ook Albayrak zelf er de volgende dag in de media van langs. Een koelkast zou ze zijn, stug en humorloos. Ik zag eerder een verstandig iemand die zich, ook niet omwille van een campagne, uit een tent laat lokken waar ze zich helemaal niet in bevindt. Een vrouw, pardon: een politicus, die ik als partijleider rustig in één ruimte zou loslaten met Rutger Castricum en een camera. Kom er nog maar eens om.
De volgende dag breidde de mop zich uit: drie kroonprinsen, een vrouw en een Friezin liepen nu over straat.
‘Een vrolijke vrouw,’ zo definieerde Jeroen Pauw Lutz Jacobi. De programmamakers leken iets geleerd te hebben en acteerden enige interesse in de standpunten van de kandidate. Hoewel: ‘Heeft u al met uw man overlegd hoe het straks moet als u premier zou worden?’ Dat had ze niet. Er werd ingezoomd op iemand uit het publiek. Dat zou de arme echtgenoot wel zijn, die zelf zijn maaltijden moet opwarmen. Het leek hem niet echt uit te maken. En dat heeft hij gemeen met de PvdA-kandidates: hun vermeende tekortkoming kan ze aan hun reet roesten. Daar kunnen nog best veel mannen iets van leren.
Vrouwkje Tuinman (1974) is dichter, journaliste, columniste en schrijft romans.





