.

Mentoring en migrantenjeugd

20/06/2012 - 12:05

Het ZonMw programma Diversiteit in het jeugdbeleid heeft donderdag haar resultaten gepresenteerd op het congres Opgroeien als samenspel. Onderzoeken, academische werkplaatsen en andere projecten kwamen aan bod, die vanuit dit programma zijn gefinancierd. In een van de workshops hebben we resultaten gepresenteerd over het onderzoek Mentoring en migrantenjeugd, Effecten en werkzame factoren.

Een onderzoek dat is uitgevoerd door Aletta E-Quality, samen met het ISW (Instituut voor Integratie en Sociale Weerbaarheid, van de Rijksuniversiteit Groningen).

Effecten van mentoring
Mentoring -een volwassen vrijwilliger en een jongere die regelmatig samen afspreken om leuke en/of nuttige activiteiten te ondernemen, om de jongere in diens ontwikkeling te ondersteunen- blijkt goed te werken. Uit ons onderzoek werd duidelijk dat eerste generatie migranten zelfs nog meer baat hebben bij mentoring migrantenjongeren uit de 2e en 3e generatie en autochtone jongeren. Veel mentoren zijn autochtone, hoogopgeleide vrouwen en er wordt nauwelijks actief gezocht naar andere typen mentoren. Maar die uiterlijke kenmerken zoals gender of etniciteit blijken meestal niet belangrijk voor het succes van mentoring van migrantenjongeren. Enthousiasme en een open, altruïstische houding zijn wel noodzakelijk.

Vrijwilligers en/of beroepskrachten?
In de workshop die ik samen met mensen van de Universiteit Groningen, Radar Advies en School’s Cool Amsterdam verzorgde, was een van de thema’s de begeleiding van vrijwillige mentoren door beroepskrachten. De meeste mentoren worden door een beroepskracht getraind en gematcht aan een jongere. De vraag kwam op of dit een noodzakelijke aanpak is. Honderden sportverenigingen draaien toch prima zonder dat een beroepskracht de vrijwilligers begeleidt. Zou dit ook niet kunnen bij mentorprojecten? Of is dit een goedkope oplossing, die de kwaliteit en de positieve resultaten van mentoring ondermijnt? Het zou natuurlijk mooi zijn als er genoeg vrijwilligers te vinden zijn die én de benodigde competenties hebben voor het werven en matchen van (migranten)jongeren en het begeleiden van mentoren én daar flink wat vrije tijd in willen steken. Maar ik vraag me af hoeveel er daar van zijn?

Mentoring of hulpverlening?
Een andere vraag die op het congres aan de orde kwam: kan mentoring ingezet worden als preventie van zwaardere problemen, zodat jongeren niet in de hulpverlening terecht komen? Deze vraag wordt voor gemeenten interessant, omdat zij straks verantwoordelijk zijn voor zowel het preventieve jeugdwelzijnsbeleid, waar veel met vrijwilligers wordt gewerkt, als voor de professionele jeugdzorg.

Rol van gemeenten
Er ligt een mooi, maar lastige taak voor gemeenten om te zorgen voor een goede afstemming en samenwerking tussen beroepskrachten in de hulpverlening en mentoring door vrijwilligers. En natuurlijk om de diversiteitgevoeligheid van projecten, beroepskrachten en vrijwilligers verder te laten versterken, zodat migrantenjongens en –meisjes optimaal ondersteund worden.

Corine van Egten is senior onderzoeker bij Aletta E-Quality.