
Prof. dr. M. Schwegman is sinds 2007 directeur van het NIOD, instituut voor oorlogs- holocaust- en genocidestudies en daarnaast hoogleraar Politiek en Cultuur in de lange twintigste eeuw aan de Universiteit Utrecht. Haar introductie als topvrouw en tophistorica (-hysterica grapte ze zelf), nuanceerde ze meteen door op te merken dat ze tegenwoordig vooral andere historici begeleidt. Haar eigen onderzoek spitst zich daarom toe op de onderwerpen waar ze het meest van weet: de combinatie van vechtende vrouwen en het moderne Italië.
Schwegman werd naar eigen zeggen onder andere gegrepen door het onderwerp door het feit dat er in de jaren ‘70 van de vorige eeuw, nieuws en foto’s van de Rode Brigades en de RAF naar buitenkwam. Organisaties waarbij relatief veel vrouwen betrokken waren bij een keiharde gewapende strijd. Juist omdat gewelddadige actie gezien wordt als iets wat niet echt bij vrouwen hoort, kreeg het haar interesse. Omdat het destijds nog niet zo vanzelfsprekend was om tijdens je studie onderzoek in het buitenland te gaan doen, besloot Schwegman voor haar doctoraal geschiedenis aan de UvA onderzoek te doen naar gewapend verzet van vrouwen in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Het stille verzet in WO II
Tijdens de tweede wereldoorlog zaten er veel vrouwen in verzet, toch komen ze in geschiedschrijving – van bijvoorbeeld Loe de Jong – nauwelijks voor. Volgens Schwegman heeft dat met de definitie van verzet te maken die De Jong hanteerde: dat het om verzet in georganiseerd verband buitenshuis moest gaan. Veel vrouwen hielden zich echter bezig met hulp aan onderduikers, paspoortvervalsing en dergelijke. Deze vrouwen blijven dan buiten beeld. Koeriersters worden soms nog wel genoemd, kinderwagens en korsetten werden gebruikt om wapens te verbergen. Een andere verklaring is dat zowel vrouwen als mannen zich met terugwerkende kracht genderbevestigende rollen toebedelen. Het zou kunnen dat vrouwen hun eigen rol achteraf verzachten.
Het bekendste voorbeeld van een vrouw die wél gewapend verzet pleegde, is Hannie Schaft – het meisje met het rode haar. Zij kwam vooral in beeld omdat zij omstreden was omdat ze als communiste werd geclaimd, niet omdat ze iemand vermoord had. Hannie Schaft was echter beslist niet de enige die gewapend verzet bood. De verzetsgroep CS-6 (genoemd naar Corellistraat 6), die voor 35% uit vrouwen bestond, radicaliseerde vanaf 1943 en ging over tot liquidaties. Reina Prinsen Geerligs was een van de vrouwen van deze groep, een tot de verbeelding sprekende figuur omdat ze al op jonge leeftijd bijzonder fanatiek verzet pleegde. Zij is in 1943 geëxecuteerd in kamp Sachsenhausen.
In tijden van ernstige maatschappelijke onrust kunnen de gevestigde genderpatronen blijkbaar doorbroken worden en komt er ruimte voor vrouwen onverwachte dingen te doen. Schwegman stelt dat er vooral vechtende vrouwen te vinden zijn als een natie in crisis is of de staat ernstig bedreigd wordt.
Vrouwelijke strijders tijdens het Risorgimento
In de tijd van de Italiaanse eenwording (1815-1870), trok de strijd van Guiseppe Garibaldi voor het stichten van een Italiaanse democratische republiek ook vrouwen aan. De bekendste vrouw in deze strijd was zijn vrouw: Ana Maria de Jesus Ribeiro di Garibaldi , kortweg: Anita
Garibaldi had zijn vrouw ontmoet in Brazilië, na een mislukte opstand in 1836 moest hij vluchten naar Zuid-Amerika. Het verhaal gaat dat Garibaldi aankomt met zijn bootje, een mooie vrouw ziet, roept: Vierge, tu seras à moi (maagd, u zal de mijne zijn) en hup, het is geregeld. (Vergeleken met online-daten leek me dit even een jaloersmakend simpele methode). Ze was overigens al getrouwd maar dat was blijkbaar geen beletsel. Dit verhaal schildert Anita lijdzamer af dan ze was: ze reed paard als een gaucho (en leerde Garibaldi dat ook volgens sommige bronnen) en streed aan zijn zijde in zowel Italië als Zuid-Amerika. In 1849 verdedigde het leger van Garibaldi de net gestichte Romeinse Republiek tegen de Franse en Napolitaanse troepen maar moet terugtrekken. Anita sterft tijdens de terugtocht, ze is dan zwanger en heeft malaria.
Na 1860 veranderde de manier waarop de maatschappij naar vrouwen keek en dus ook naar vechtende vrouwen. Waar eerst nog ruimte was voor het dubbele van verwachtte vrouwelijkheid versus wreedheid, wilde men nu vrouwen vooral nog als moeder zien. Een standbeeld van Anita Garibaldi laat dat mooi zien: in de ene hand heeft ze een pistool, in de andere een baby.
Toch waren er ook na 1860 allerlei vrouwen betrokken bij de gewapende strijd, vooral in de burgeroorlog van Zuid-Italië tegen Noord-Italië waar allerlei voormalige bandietenlegers bij betrokken raakten. Uit deze tijd komt ook een foto van zo’n vechtende vrouw: Maria Oliverio, een vrouw die haar zus vermoordde (omdat ze de minnares van de man van Oliverio was) en zich vervolgens aansloot bij de bandietengroep van haar man.
Verborgen geschiedenis door mannelijk geconstrueerde verhalen
Zoals het verhaal van de ontmoeting tussen Garibaldi en Anita een mannelijk (door Alexander Dumas) geconstrueerd verhaal is, werden mondeling overdragen verhalen van vrouwen vaak opgeschreven door mannen en aangepast aan de heersende norm van vrouwelijkheid. Seksualiteit werd er dan bijvoorbeeld uitgehaald en wreedheid beperkt zich tot boze stiefmoeders.
Beeldvorming van gewapende vrouwen blijkt moeilijk, er zijn vrijwel uitsluitend indirecte bronnen waardoor feiten soms geromantiseerd zijn en niet meer te verifiëren. Voor vechtende vrouwen die nog leven, geldt soms dat hun strijd of verzet dermate lang geleden is dat hun herinneringen gekleurd zijn of dat ze zelf de neiging hebben hun rol in de oorlog/strijd aan te passen aan het verwachte genderpatroon.
Vrouwen blijken net als mannen dapper, stoer, wreed of bloeddorstig te kunnen zijn. Misschien geen verrassing voor wie al het menselijke in alle mensen vermoedt. Wel verrassend is dat vrouwengeschiedenis nog steeds verborgen blijft voor wie niet actief op zoek gaat.
Jules Schaper is systeembeheerder bij Aletta E-quality






