.

Intersectionaliteit, een moeilijke term of een logische zaak?

06/06/2012 - 09:31

“Joan, je hebt als een leeuw voor de intersectionele zaak gevochten,” zei Gloria Wekker op 31 mei tegen Joan Ferrier. Nu E-Quality is gefuseerd met Aletta, neemt Joan na ruim 14 jaar afscheid als directeur van de organisatie. En dat deed zij in stijl op een mini-symposium over intersectionaliteit, in sociëteit De Witte in Den Haag. Honderden mensen, mannen en vrouwen met alle etnische achtergronden en uit alle posities in de maatschappij waren aanwezig.

Intersectionaliteit
Gloria Wekker, hoogleraar Gender en Etniciteit aan de Universiteit van Utrecht, was een van de sprekers. Zij schreef bij de start van E-Quality samen met Philomena Essed een missiedocument waarin het begrip intersectionaliteit centraal stond. Het begrip is, tot Gloria’s vreugde, altijd de rode draad in het werk van E-Quality gebleven. Niet dat nu iedereen ook de term intersectionaliteit kent; die wil kennelijk niet erg aanslaan. Ook het synoniem ‘kruispunt-denken’ is nooit populair geworden. Belangrijker dan die termen is dat mensen begrijpen dat de positie van vrouwen (en mannen) niet alleen door hun gender wordt bepaald. En dat weet iedereen die bijeenkomsten van E-Quality in het verleden heeft bijgewoond, of publicaties van E-Quality heeft gelezen.
Zo logisch is immers de inhoud van intersectionaliteit: de maatschappelijke positie van een mens hangt niet alleen af van haar of zijn gender, maar is gekoppeld aan andere maatschappelijke indelingen zoals ‘ras’, etniciteit, klasse, leeftijd, leefvorm of seksualiteit.

Dubbele discriminatie?
Zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen (zmv-vrouwen) hebben in de jaren ’80-‘90 de ogen van de (witte) vrouwenbeweging geopend: de koers van het feminisme werd tot die tijd bepaald door de behoeften van witte vrouwen, meestal nog hoogopgeleid ook. Toen we dat als witte vrouwen eenmaal begonnen te begrijpen, kwam het begrip ‘dubbele discriminatie’ op: zwarte vrouwen hadden te maken met vrouwendiscriminatie plus rassendiscriminatie. De intersectionele benadering maakte duidelijk dat die optelling niet klopt. Het is niet dubbel, maar anders. Marokkaanse vrouwen bijvoorbeeld worden geconfronteerd met andere problemen en vooroordelen dan Marokkaanse mannen, en andere problemen en vooroordelen dan witte vrouwen. Bovendien waren zmv-vrouwen vaak bij het emancipatiebeleid buiten beeld, doordat men meende dat zij onder het minderhedenbeleid vielen, en vooral aan witte vrouwen werd gedacht – en waren zij bij het integratiebeleid buiten beeld, doordat dat vooral op mannen was toegesneden.

Inmiddels is die onzichtbaarheid van zmv-vrouwen in het emancipatiebeleid en het integratiebeleid gelukkig een stuk minder. Maar in het reguliere beleid (arbeidsmarkt, pensioen, migratie, inburgering of onderwijs) worden vaak alle burgers op een hoop gegooid. En als er al wordt uitgesplitst worden de cijfers gepresenteerd óf naar gender, óf naar etniciteit. Het beleid wordt zodoende afgestemd op een gebrekkig beeld van de werkelijkheid. Dat doet afbreuk aan de rechtvaardigheid en de effectiviteit van beleid.

Voortzetting
Op het mini-symposium sprak uiteraard ook Joan Ferrier. Zij riep alle aanwezigen op om zich te blijven inzetten tegen de norm van het kleurloos gemiddelde.
Het nieuwe kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis zal dat zeker doen. De taken van E-Quality gaan immers mee in het nieuwe instituut, en de intersectionele benadering blijft daar een logisch onderdeel van.

Sabine Kraus, senior beleidsadviseur bij Aletta E-Quality, en voorheen 14 jaar bij E-Quality.