.

Het Geheime Tijdschrift: de wanhoop van de gehuwde vrouw

05/03/2012 - 10:50

In 1935 ontstond in Engeland ‘Het Geheime Tijdschrift’. Vrouwen die een opleiding hadden gevolgd, maar die na hun huwelijk bij wet niet meer mochten werken, schreven elkaar in wanhoop brieven.

Maandagmorgen 8 uur, één ouder, twee kinderen. Stress. Er moeten tanden gepoetst, maar het ontbijt is nog niet op. De kamer ligt overhoop. Zoon wil eigen bord niet naar het aanrecht brengen. Wil ook niet tandenpoetsen. Dochter droomt steeds weg. Kom op jongens, tien over acht. Jassen aan! Ik krijg mijn schoenen niet aan, Mama. Waar is je gymtas? Mama, mijn handschoenen liggen nog op school. Heb je fruit voor me ingepakt? Dan zijn de ritsen dicht, tassen gepakt, dassen vast, moeten de overblijfboterhammen nog gepakt. Fietsen. Schoolplein oprennen, gauw naar binnen. En dan zo’n moeder met drie kinderen en een bakfiets en die leuke jas, die opgewekt ‘goedemorgen!’ zegt. Ze heeft haar haar gekamd.

Op zulke momenten van zelfmedelijden denk ik aan mijn oma, die vlak na de oorlog zes kinderen grootbracht. Eén voorbeeld. Pas bij haar vijfde kreeg ze een wasmachine, waarin vijf luiers tegelijk konden. In de twee minuten dat het ding draaide, kon zij de andere luiers spoelen. Daarna werden ze in de woonkamer te drogen gehangen, aan een waslijn boven de kachel, en over de stoelen.

Het Geheime Tijdschrift
Hetzelfde relativerende effect heeft het lezen van Het Geheime tijdschrift van Jenna Bailey op mij. Het geheime tijdschrift uit de titel was het tijdschrift van de CCC, de Cooperative Correspondence Club. Dit correspondentietijdschrift ontstond in 1935 in Engeland en het bleef gedurende 60 jaar bestaan. De nummers werden alleen gelezen door de leden van het tijdschrift, die zelf ook de bijdragen schreven. Elke twee weken verscheen er een nummer.

Wat een charmant idee. Ik krijg bijna buikpijn als ik eraan denk. Het ontstaan was natuurlijk niet charmant. Een wanhopige moeder deed een oproep in een tijdschrift dat ze zich doodverveelde. Ubique, haar schuilnaam, woonde afgelegen en had weinig geld. Alle boeken uit de lokale bibliotheek had ze ondertussen uit en ze zat erg verlegen om volwassen aanspraak. Ze was niet de enige, zo bleek uit de reacties. Ubique behoorde tot de generatie vrouwen die in staat gesteld waren hoger onderwijs te volgen, maar na hun huwelijk niet mochten werken. Zo kwamen deze intelligentie, ambitieuze vrouwen thuis te zitten met een huishouden en kinderen. Mary McCarthy portretteerde deze situatie heel scherp in haar roman De Groep. Vanwege hun afkomst en opleiding hadden veel vrouwen in het Interbellum weinig kennis of vaardigheden wat betreft kinderen en huishouden, maar veel intellectuele bagage.

Het Geheime Tijdschrift bood deze vrouwen een uitweg. In hun bijdragen schreven ze over de dingen die hun bezighielden: het dagelijks leven en vanzelfsprekend, hun kinderen, relaties en later ouder worden. Op dat vlak adviseerden ze elkaar, verhaalden ze over hun mislukkingen, hun onzekerheden en hun successen. Maar omdat hun belangstelling breder was, schreven ze ook over andere zaken: politiek, maatschappelijke kwesties, wetenschap. De discussies konden hoog oplopen.

Levenshouding
De vrouwen die lid waren van de CCC waren vrouwen zoals ik, maar hun leven is niet te vergelijken met het mijne. Alle instant oplossingen en hulpmiddelen die mij ter beschikking staan, de mogelijkheden die we hebben op het gebied van communicatie en zelfontplooiing… Wat een geluk dat ik nu leef. Vrouwen zoals ook ik die leefden in een rustigere tijd, met weinig keuzes, weinig openliggende mogelijkheden, strakke regels, geen overvloed aan media en beelden van hoe hun leven eruit zou moeten zien. In zekere zin een overzichtelijke tijd, een duidelijke tijd, veel meer dan nu.

Maar wat me troost bood, ja troost is het, was de realisatie dat die vrouwen, net als ik, onzeker waren. Dat ze regelmatig met hun handen in het haar zaten en hun bestaan als moeder vervloekten; dat hun huishouden, ondanks Reinheid, Rust en Regelmaat, ondanks dienstmeisjes en kokkinnen, regelmatig uit de hand dreigde te lopen. Zij maakten zich, net als ik, zorgen over hun verlegen zoon, hun dromerige dochter. Zij zochten, net als ik, ruimte voor zichzelf.

Ze vonden die ruimte in het schrijven voor de CCC. Wat mij in alle brieven opvalt is levenskracht. Er is weinig zelfmedelijden te bespeuren en als de vrouwen zichzelf daarvan verdachten, relativeerden ze dat meteen. Ze bekeken zichzelf met lichte spot en schreven openhartig en nuchter over hun levens en meningen. Ik verwonder me over die levenshouding, die tegenwoordig lijkt te missen en ik vraag me af of het met de vorm te maken heeft. De briefvorm vergt reflectie. Ik herinner me mijn eigen brieven, waarin meegemaakt leed eenmaal opgeschreven altijd een lichte toon kreeg. Als je anderen vertelt over de dingen die in je leven gebeuren dan krijg je vanzelf afstand. Des te meer als je lezers bekenden zijn, mensen die je hoog hebt zitten, niet een anonieme internetlezer. Het vergt meer opbouw, meer zorgvuldigheid dan het schrijven van een email.

Die ruimte om afstand te nemen van mezelf zou ik graag willen hebben. Oh, was er nog maar een CCC!

Lotte Douze is boekenverkoper