.

Glasgow, haar infrastruktuur, mijnbouw en sloppenwijken

07/07/2012 - 15:07

Met regen vertrokken Aletta Jacobs en Carel Gerritsen vanuit Ecclefechan richting Glasgow. Ze zijn verwelkomd onder een heldere sterrenhemel, dus het had er waarschijnlijk niet geregend. Glasgow telt ongeveer een miljoen inwoners en heeft brede rechte straten. In alle hoofdstraten liggen dubbele lijnen voor het tramverkeer.

“Het viel ons op dat alle trams door paarden werden getrokken, van stoom of elektriciteit was geen sprake. De grootste afstand van het eene eind der stad naar het andere kost 10 cents, kleine afstanden kosten 5 cents.”

Ondanks het feit dat Glasgow wellicht nog niet voorzien is van alle moderniteiten, is alles perfect geregeld. Niet alleen zijn de paarden in uitstekende conditie, ook alle andere voorzieningen als waterleidingen en bad- en wasinrichtingen zijn in orde. Glasgow heeft ook een enorme haven en in de afgelopen vijftig jaar is hier ruim zestig miljoen gulden aan besteed. Gezien het mooie weer zijn Jacobs en Gerritsen vroeg op gestaan om de omgeving te gaan verkennen.

“Aan de ontbijttafel werden wij verrast door vroolijke muziek van een voorbij trekkende stoet werklieden. Naar wij vernamen was dien ochtend in een der vele takken van industrie van Glasgow een werkstaking uitgebroken en trok nu het bestuur der vakvereeniging met het orkest dezer vereeniging door de stad om het besluit ter kennis van vakgenooten te brengen.”

Lanark is een plaatsje in de buurt van Glasgow dat bekend staat om zijn prachtige watervallen en vele spinnerijen. Jacobs en Gerritsen zijn hier naartoe gereisd via Bothwell en Hamilton.

“Bij het verlaten van Glasgow en overal in Parkhead, een der vele voorsteden, waar in hoofdzaak een fabrieksbevolking gehuisvest is, trok het verbazend groot aantal fabrieksschoornsteenen die onophoudelijk hun zwarte rookkolommen de lucht in blazen, onze aandacht. Hier hadden wij de gelegenheid de voor- en nadelen der groot-industrie van nabij te aanschouwen. In heerlijke natuur zagen wij de grootste weelde naast de diepste ellende zich ontwikkelen.”

Voor ruim twee mijl fietsten Jacobs en Gerritsen langs smerige kleine huisjes. Ook van binnen was alles zwart en vuil. Er hingen geen gordijnen voor de ramen en nergens stond een bloempotje om het wat op te vrolijken. De mensen zagen er slecht uit en overal renden bedelende kinderen rond zonder schoenen. Opvallend is dat de kinderen erg klein waren voor hun leeftijd. Dit is wellicht te verklaren door het buitensporig misbruik van alcohol van moeders tijdens de zwangerschap. Na deze ellende komt de tegenstelling. In grote villa’s gescheiden door mooie parken wonen de eigenaren van de fabrieken. Zij kunnen genieten van het uitzicht op de heuvels en dalen in de verte. Toch werd ook hun uitzicht belemmerd.

“[…] de rijke korenvelden werden ontsierd door de daar tusschen liggende talrijke hooge rookende schoorsteenen, met de daarnaast liggende zwarte gebouwen en reusachtige hoopen afval uit de steenkolen. Was het wonder dat deze aanblik ons overmeesterde en wij elkanden wezen op de tegenstelling, hoe duizenden daaronder diep in den grond arbeidden om dien weinigen villabewoners al de weelde en comfort te bezorgen, die hen omringde.”

Jacobs en Gerritsen zouden wel eens graag in een mijn willen afdalen om te zien hoe het werk er aan toe gaat. Bij de firma William Beard & Co in Blothwell mag dit, maar omdat er op zaterdag niet gewerkt wordt, moeten ze een andere keer terug komen. Daarom zijn Jacobs en Gerritsen weer op de fiets gestapt en brachten nog een bezoek aan het kasteel van de Hertog van Hamilton.

Dit is het achtste deel in de serie Tour d'Aletta