
Enkele weken terug won ik de Johanna Naberprijs voor de beste afstudeerscriptie op het gebied van vrouwen-/gendergeschiedenis. Een eer die ik niet verwacht had, niet in het minst omdat mijn werk de rol van Somalische vrouwen in een conflict tussen Somalië en Ethiopië van drie decennia terug onderzoekt. Zelfs ik moet toegeven dat dit vrij obscuur is. Als jonge westerse man, schrijvend over oude Somalische vrouwen, vragen velen me dan ook waarom ik dit onderwerp koos.
Bloed, zweet en tranen kost een afstudeerscriptie sowieso, antwoord ik dan. Dus waarom deze niet vergieten aan een onderwerp dat niet alleen echt het bestuderen waard is, maar ook je blik op de wereld verruimd en anderen kan helpen? Bovendien, wie ooit een Somalische vluchteling aansprak en zijn of haar leefwereld trachtte te begrijpen, weet dat Somali niet alleen, zoals iedereen, boeiend complex zijn, maar bovendien ook warme gastheren en –vrouwen zijn.
Weinig vertrouwen
Dus ging ik onderzoeken hoe Somalische vrouwen betrokken waren in conflicten en wat de psychologische gevolgen daarvan waren. Vrouwengeschiedenis in de Hoorn van Afrika met –godbetert– een scheut psychologie: daar had haast niemand in België vertrouwen in. In Kenia, daarentegen, bleek al snel dat Somalische vluchtelingen wel enthousiast over mijn onderzoek waren. De Ogaden – de oostelijke regio in Ethiopië waar de oorlog raasde – is al decennialang een hel op aarde die zorgvuldig door westerse politici en media wordt genegeerd. Dat een Belg, een jonkie dan nog wel, interesse toonde voor de geschiedenis van deze regio maakte mensen daar oprecht gelukkig.
Strijdende Somalische vrouwen
Wat ik in Kenia hoorde was steeds weer een politiek relaas over martelingen, verkrachtingen, executies, trauma’s en onderdrukking in de Ogaden vandaag. Pas later kwamen de verhalen over de oorlog in de jaren 1970 bovendrijven en veranderde de sfeer: van woede tegenover Meles Zenawi (huidig president van Ethiopië) en het Oost-Indisch dove westen naar nostalgische trots over strijdende Somalische vrouwen die de kern van het Somalisch nationalisme (en zo een troost voor de huidige generatie) vormden. Ze vochten als leden van een Somalische rebellenbeweging, dienden als gewapende verpleegsters of communicatie-experts in de frontlinie, namen deel aan politieke rallies in Somalië, zamelden geld en middelen in voor de strijders aan het front en maanden landgenoten aan ten strijde te trekken. Hun rollen waren, met andere woorden, even divers als die van mannen en hoewel vrouwen afwezig waren in de hoogste regionen van de (militaire) macht, waren ze onmisbaar in de strijd (die Somalië uiteindelijk verloor).
Vaker vragen stellen
Dat een onderzoek als dit de aandacht van de jury wist te trekken vond ik hartverwarmend: gender is op zich een concept dat nog al te vaak in de marge van wetenschappelijk onderzoek blijft hangen. Net als Afrikastudies trouwens. De combinatie van beide is al helemaal geen publiekstrekker. Ik kan nu enkel hopen dat de Ogaden en diens geschiedenis wat meer bekendheid krijgt via deze prijs. Dat Hassan, Zamzam, Ahmed, Hawah, en de rest zich niet enkel hebben ingespannen om een westerse student te laten afstuderen, zelfs prijzen te winnen, met zijn scriptie, maar dat een paar mensen wat vaker vragen stellen bij nieuwe berichten over honger en geweld in Somalië. Dat beelden van een gesluierde Somalische vluchtelinge niet automatisch gekoppeld worden aan lijdzaamheid. Vrouwen “daar” verschillen heus niet zo veel van vrouwen “hier”.
En oh ja: er waren dit jaar slechts acht inzendingen voor de Johanna W.A. Naber prijs. Dat mogen er volgend jaar een stuk meer zijn, me dunkt!
Remco van Hauwermeiren is in 2011 afgestudeerd in geschiedenis aan de Universiteit van Ghent met zijn masterscriptie: 'The Ogaden war: Somali women’s roles and the psychological ramifications'. Hiermee won hij op 20 april de Johanna Naberprijs. Momenteel doet hij onderzoek aan de universiteit.






