
Op 8 maart verscheen mijn opinieartikel in De Volkskrant waarin ik constateer dat De Wereld Draait Door bijna 80% mannelijke gasten heeft. Regelmatig (in 20% van de uitzendingen) zit er in deze populaire en invloedrijke talkshow helemaal geen vrouw aan tafel.
Als politicoloog (en als mens die onze vrije democratie koestert) vind ik dat media in ruil voor persvrijheid een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben. Dus toen de eindredacteur van DWDD vertelde dat het gebrek aan vrouwelijke gasten komt doordat ze ‘vrouwen gewoon niet zo leuk’ vindt dacht ik: daar leg je je wel erg makkelijk bij neer. Alsof je een verjaardagsfeest geeft, in plaats van dat je een programma maakt voor 1,2 miljoen kijkers per dag, gefinancierd met gemeenschapsgeld. De basis voor mijn artikel was gelegd. Ik herken wel dat vrouwen vaak slecht uit de verf komen in DWDD, maar ik wilde weten waardoor het komt. In mijn artikel onderzoek ik of het format van DWDD teveel gebaseerd is op de ‘argumentatiecultuur”, waarbij mensen elkaars ideeën bestrijden omdat ze het gesprek zien als een verbaal gevecht dat ze willen winnen en niet omdat ze oprecht verontwaardigd zijn. En ik vraag me af of vrouwen in zo’n format slechter presteren.
Ik heb veel reacties ontvangen op mijn stuk. Mannen en vrouwen zeiden de argumentatiecultuur te herkennen en vervelend te vinden. Ik kreeg een e-mail van een psycholoog die het erg vond dat door de manier waarop er wordt gediscussieerd in programma’s als DWDD ‘enige diepgang, respect voor nuance en complexiteit’ verloren gaat. Hij waarschuwde mij er ook voor niet te zelfgenoegzaam te worden, want: hadden we niet allebei genoten toen Rutger van Castricum werd aangepakt? Soms vinden we de argumentatiecultuur blijkbaar prima. Daar had de schrijver natuurlijk een punt.
Andere reacties betroffen de taak van media: vrij veel mensen zagen geen specifieke rol voor de media ten opzichte van de samenleving. DWDD moet gewoon een leuk programma zijn, meer niet. Max Pam wijdde zijn ‘Globe’ in Het Parool aan mijn artikel. Ook Pam stelde dat DWDD gewoon een mannenprogramma is à la Top Gear; ‘een populair programma waarin mannen onder elkaar lol maken’. Ik vraag me af of DWDD zichzelf zo ziet, maar dat terzijde. Pam haalde Freud en diens Oedipuscomplex erbij om te verklaren waarom ‘de vriendenclubjes’ in DWDD het altijd zo leuk hebben met elkaar, en waarom dat verpest wordt als er vrouwen bijkomen. Qua argumentatie lijkt mij dat zoiets als Jean-Marie le Pen citeren over de situatie in de banlieues of Geert Wilders over Polen, al waardeer ik het dat Pam meedacht over een mogelijke oorzaak voor het gebrek aan vrouwen in DWDD.
Het lijkt erop dat DWDD vooral één bepaald type mens uitnodigt, een type waarvan er meer mannen dan vrouwen zijn. Die conclusie verandert niets aan mijn standpunt. Ik wil diversiteit aan meningen en standpunten op tv, ik wil zowel onbescheiden als verlegen mensen horen, ik wil jong en oud spreken, man en vrouw. Ik wil een pluriforme samenleving.
En om een laatste vraag te beantwoorden die mij veel werd gesteld: van de redactie van DWDD heb ik niets gehoord.
Debbie Appel is politicoloog. Zij werkt als freelance interim manager of consultant aan strategische vraagstukken. Appel houdt zich daarnaast bezig met de rol van de media binnen de democratie.






