
Eergisteren is een bundel met verhalen van (actief dienende) veteranen over hun ervaringen tijdens uitzending gepresenteerd. Op aanraden van een collega die ook een bijdrage heeft geleverd aan het boek heb ik meegedaan aan de ‘verhalenwedstrijd’ die werd gehouden voor de bundel. Tot die tijd was het eigenlijk nooit in me opgekomen om te gaan schrijven over mijn uitzendingen. Wel heb ik vaak gedacht om ‘portretten’ te gaan schrijven over mensen die ik tijdens die uitzendingen heb ontmoet, zoals de Afghaanse mensenrechtenactiviste Sima Samar. Kortom over andere mensen, niet over mezelf of mijn ervaringen.
Door hun ogen kijken
In de veertien jaar die ik bij de krijgsmacht (landmacht) werk, ben ik inmiddels drie keer uitgezonden. De eerste keer was naar Bosnië en de daaropvolgende uitzendingen waren naar Afghanistan. Deze uitzendingen zijn voor mij hele waardevolle tijden geweest. Maar als ik om me heen kijk tijdens het schrijfweekend, wat voorafgaand aan het verschijnen van de bundel verhalen, is gehouden, zie ik veel mensen die getekend zijn door wat ze hebben meegemaakt op hun missie(s). Een aantal is mentaal (soms ook fysiek) beschadigd. Ik realiseer me dat ik dankbaar mag zijn dat mijn uitzendingen me niet op die manier hebben veranderd. Het zijn leerzame en verrijkende ervaringen geweest waarin contact en werken met de mensen in de door oorlog verscheurde landen bepalend was. Proberen te kijken door hun ogen en proberen te begrijpen waarom ze leven en denken zoals ze doen, laat je niet alleen inzien hoe goed we het hebben in het Westen, maar laat je tevens inzien dat de rijkdom in het Westen niet zaligmakend is. De wilskracht en veerkracht van mensen die vaak een hard bestaan lijden, is iets waar we wat van kunnen leren.
Beeld van de militair nuanceren
Het relativeren van ‘onze wereld’ en ‘ons gelijk’ heeft me ertoe gebracht om promotie onderzoek te gaan doen. De vraag waarom en hoe Groot Brittannië en Nederland troepen hebben gestuurd voor de stabilisatie van Zuid Afghanistan, staat centraal in mijn onderzoek. Defensie stelt jaarlijks een aantal militairen beschikbaar om zich te gaan bekwamen in de wondere wereld van de wetenschap. Dit sluit aan bij een internationale trend van zogeheten ‘officer scholars’. De combinatie van het karakter van de operationele militair met de kennis van de academicus belooft een meerwaarde te zijn voor zowel de militaire als academische wereld. Hoewel ik eerst niet inzag hoe wij militairen een meerwaarde zouden kunnen leveren aan de wetenschap, ben ik dit de afgelopen twee jaar steeds meer gaan inzien. Ik verbaas me elke keer weer hoe stereotiep militairen worden weggezet: kortzichtig, zwart-wit denkers, levend in hun eigen wereld, alleen maar gericht op oplossingen en niet sensitief, just to name but a few. De militaire wereld is een belangrijk object van onderzoek binnen de wetenschap en het is tijd dat ‘militaire wetenschappers’ of ‘wetenschappelijke militairen’ een bijdrage leveren aan de vele debatten over de krijgsmacht en militaire operaties. Al is het alleen maar om de heersende simplificaties over hen en hun wereld te nuanceren. Een uitdaging, om maar met een typisch militaire uitdrukking af te sluiten.
Kapitein Mirjam Grandia Mantas





