.

Aanmerkelijk gevoeliger zenuwstelsel: vrouwen bij de PTT

15/05/2012 - 11:03

Soms is het nuttig om terug te kijken naar vroegere opvattingen over de geschiktheid van vrouwen voor werk. Dat relativeert actuele opvattingen over vrouwen en werk. Zoals de opvatting dat vrouwen niet interessant genoeg voor een praatprogramma op televisie zijn. Of dat vrouwen tijdens hun zwangerschap niet in staat zouden zijn interessante klussen te doen.

Een mooi overzicht van opvattingen over geschiktheid van vrouwen is te vinden in Vrouwen op hun Post van Els Lansdorp, meer dan een eeuw vrouwen bij de PTT (voorloper KPN en TNT Post).

Grootmoeder
Stel dat mijn grootmoeder begin van de 20e eeuw bij de Posterijen had gesolliciteerd. Dan had ze waarschijnlijk te horen gekregen dat ze daarvoor niet geschikt was vanwege "hare veel zwakkere spieren en aanmerkelijk gevoeliger zenuwstelsel” maar ook door de “aan haar geslacht eigen kwalen als bleekzucht, migraine en storingen in de spijsverteringen”. Een baan bij Telefonie als telefoniste had ze wel gekregen. Daarvoor was ze juist weer uitermate geschikt. Zo zou zij als vrouw "beter tegen eentonig en saai werk” hebben gekund. Bovendien zou de vrouwelijke eigenschap “het willen helpen van mensen” ook in haar voordeel werken. En natuurlijk “haar vingervlugheid” en “haar hoge stem”.

Van mannen- naar vrouwenberoep
Ook een sollicitatie als typiste bij de Postcheque- Girodienst (voorloper Postbank, nu samengegaan met de ING) was goed afgelopen. Oorspronkelijk was typist een mannenberoep. Want “zoolang een schrijfmachine een technisch probleem vormde, boeiden de daaraan verbonden werkzaamheden de mannelijke arbeidskrachten”. Daarna was het vrouwenarbeid want de “fijnere bouw en grotere soepelheid van de handen van de vrouw maken de manipulaties op het klavier gemakkelijker’. Een prettige bijkomstigheid was natuurlijk dat aan vrouwen een lager salaris kon worden uitbetaald.

Kleding
Niet alleen over de geschiktheid van vrouwen voor een baan bij de PTT werd 80 jaar lang gediscussieerd, ook ging de discussie bij tijd en wijle over de kleding van vrouwelijk personeel. Zo werkten tot 1916 mannen en vrouwen bij de PTT gescheiden. Mannen als klerk in administratieve functies en vrouwen in de typekamer. Het zou natuurlijk een bende worden als mannelijke beambten met jonge vrouwen de zaal moesten delen! Een bejaarde bode zorgde voor de verbinding tussen beide groepen. Pas na de Eerste Wereldoorlog werd aan jonge meisjes - met goed gevolg afgelegd examen voor klerk - de kans geboden om in administratieve functies samen met mannen te werken. Voor de zekerheid kwam er een verordening dat al die jonge meisjes stofjassen moesten dragen. Niet omdat het er stoffig was, maar ter camouflage. De jassen zaten hoog aan de hals, sloten op de rug met knoopjes, hadden lange mouwen en waren zo ruim als een positie-japon. De kleur was mosgroen. De jassen werden gratis door het rijk verstrekt met de verplichting ze te dragen. Natuurlijk hoefden mannen geen kantoorjas te dragen.

Mijn grootmoeder zou niet alleen te maken hebben gehad met deze opmerkelijke opvattingen. Overigens denk ik dat beide grootmoeders er hard om gelachen zouden hebben. De één was boerin en de ander binnenvaarschipper. Gelukkig maar, want als ze bij PTT zouden hebben gewerkt zouden ze naast deze opvattingen ook nog eens te maken hebben gehad met ontslag bij huwelijk (1904 – 1907 en 1924 – 1957). Daar zouden ze niet blij mee zijn geweest.

Arthie Schimmel (59) is politicologe en bachelor fiscaal recht en werkt als senior beleidsadviseur bij Aletta E-Quality.

Reacties

Door Anoniem (niet gecontroleerd) op

Jee, leuk om te lezen zeg.
Die stofjassen; wat een preoccupatie toch met de verschillende seksen ..

grt Janine