
‘s Avonds in bed lees ik de Libelle. Omdat ik de oude nummers van mijn moeder krijg, lig ik altijd een beetje achter en dus vond ik pas een eind in september een stukje over hoe je als werkende vrouw in de vakantiesfeer kunt blijven als je weer terug bent. Je kan bijvoorbeeld de eerste dag in je agenda blokkeren voor afspraken, zodat je alle tijd hebt om de ingekomen post te lezen en met collega’s bij te praten. Sowieso is het aan te raden om de eerste week geen al te concrete taken te verrichten. Houd dat vakantiegevoel vast, en ga om 5 uur lekker aan de sangria, om weer even terug te zijn op de camping.
Denkend aan ambitie, denk ik aan Holland, waar werk niet alleen in damesbladen, maar ook in mijn eigen omgeving steeds vaker iets lijkt te zijn wat je tussen je vrije dagen door doet, en wat zo relaxt mogelijk moet zijn. Waar jonge moeders op de zaak komen om uit te rusten van het gekwetter van de kinderen en waar ze zich, als ze zich op die twee dagen per week daadwerkelijk moeten inspannen, verontwaardigd ziek melden wegens een dreigende burnout.
Ik verzin dit niet, maar tegelijkertijd is de werkelijkheid natuurlijk heel anders.
De echte werkende vrouw hoor je niet over haar werk en ambities. Daar heeft ze geen tijd voor.
De echte werkende vrouw is schoonmaakster, begint om zes uur ’s ochtends het kantoor te stofzuigen en maakt zich vanaf negen uur, wanneer andere mensen relaxt hun post-vakantiewerkweek beginnen, onzichtbaar, ergens in de natte ruimtes waar nog twintig vuile wc’s staan te wachten.
De echte werkende vrouw heeft samen met haar man een slagerij, die als het aan de moderne consument ligt beter zeven dan zes dagen per week open kan zijn, graag op een beetje ruime tijden. Een slagerij die gedurende de regenachtige werkdag voortdurend gedweild moet worden, en na afloop ontsmet. Ziek worden is geen optie.
De echte werkende vrouw gaat van het ene tijdelijke contract naar het andere, wat niet uitmaakt, omdat er in de industriële reiniging van ziekenhuistextiel toch nauwelijks promotie te maken valt.
Over die werkende vrouwen, en trouwens ook over de mannen, hoor ik de meeste vrouwenbladen niet.
Niemand geeft Anja, 47 jaar oud, moeder van 3 kinderen, het advies om als ze na haar vakantie terugkomt op de gesloten afdeling van een tehuis vol dementerenden, het die eerste dag lekker rustig aan te doen. Neem jij eerst eens een kopje koffie. Heb je de foto’s meegenomen?
En, in een wat minder op het gevoel spelend voorbeeld: niemand zegt tegen Els, die na een skireisje de afdeling telemarketing van een telefoniebedrijf oploopt, dat ze die eerste dagen maar de helft van haar targets hoeft te halen, om er een beetje in te komen.
Denkend aan ambitie, denk ik aan alle mensen die het mogelijk maken dat andere mensen tijd kunnen spenderen aan hun ambities.
Denkend aan ambitie, denk ik aan de politiek, die het in de Europese Commissie voorgestelde ‘vrouwenquotum’, van minstens veertig procent vrouwen in besturen van beursgenoteerde bedrijven, torpedeerde. Ze hadden het ook moeilijk kunnen accepteren, er zelf niet in slagend meer vrouwen in de Tweede Kamer te krijgen, waar naar verluidt ook fulltime gewerkt wordt.
Zonder ambitie kom je niet ver in het leven, zei het persbericht bij deze middag. Dat klopt. Maar ik vraag me af of ambitie gestimuleerd wordt door een overtrokken beeld van de invulling ervan te verkopen, waarin vrouwen pas slagen als ze CEO zijn, hoogleraar of minister. Aan die voor beide seksen schaarse topfuncties kunnen de meeste mensen zich niet spiegelen, en als ze dat toch doen, levert het alleen maar teleurstelling op.
Een van mijn vriendinnen heeft een man die naast zijn werk het huishouden en de boodschappen doet, en de kinderen naar school brengt. Ze gaat gapend en klagend naar haar werk toe, want dat is volgens haar onder haar niveau. Wat ze dan wel wil? De baan van de baas van haar baas van haar baas. Een functie die respect, geld en erkenning oplevert. Helaas horen er diverse opleidingen bij die ze niet gevolgd heeft, en jaren werkervaring die ze niet heeft opgebouwd, omdat ze daarvoor geen energie heeft, vanwege haar baan van inmiddels nog maar twee dagen per week. Langzaamaan voltrekt zich de zelfbevestigende cyclus naar beneden. Straks is ze veertig of vijftig en prijst ze zichzelf met strakke kaken om de opoffering die ze heeft gedaan. Je leeft immers niet om te werken.
Zelf heb ik een tamelijk gezellige baan, met een tamelijk coulante werkgever, ikzelf. Daar zei Libelle ook nog iets over, over mensen met een eigen bedrijf. Dat het goed is om je eens lekker aan de werksores te ontrekken, bijvoorbeeld door tegen klanten te zeggen dat je pas woensdag terug bent van vakantie, terwijl dat, o hoe snaaks, eigenlijk al een paar dagen eerder is. Over hoe je die vrije tijd betaalt met al die dagen waarop je niets verdient, stond er niks. Gelukkig ben ik niet beursgenoteerd, en mijn eigen schoonmaakster. En gelukkig werk ik niet om te leven. De realiteit is echter voor een hele grote groep mensen anders, en ik zou willen aansporen ook hen te betrekken in de discussie over vrouwen en ambities. In plaats van altijd maar door dat glazen plafond heen te willen breken om ergens te komen waar sowieso maar voor drie mensen plek is, zou het een goed plan zijn die glazen vloer eens kapot te stampen, zodat alle vrouwen in beroepen die misschien niet op ons eigen verlanglijstje staan ook eens gezien worden.
Vrouwkje Tuinman (1974) is dichter, journaliste, columniste en schrijft romans. Bovenstaande tekst is gemaakt voor een gesproken column, uitgesproken tijdens de netwerkborrel van Aletta E-Quality op 9 oktober.





